home
Oude Kerk Voorburg
Oude Kerk Voorburg 1
  • Zo 19 Nov 10:00 - Diensten >>>
aankondiging
Protestantse Gemeente Voorburg

Menorah

De menora, een veelzeggend symbool

menorah3Menora is het hebreeuwse woord voor kandelaar. Joden , en wellicht ook christenen , denken bij dat woord meteen aan een heel speciale kandelaar, namenlijk die welke in de tabernakel of de tent der samenkomst en later in de tempel stond. Dat was een zevenarmige kandelaar.
De beschrijving ervan kunnen vinden in Exodus 25. Daar krijgt Mozes de opdracht: ‘Maak een lampenstandaard van zuiver goud. De voet, de schacht, de kelken, knoppen en bloemen moeten uit één stuk worden gedreven. De schacht moet zes zijarmen hebben: drie aan de ene kant en drie aan de andere kant. Deze armen moeten versierd worden met amandelbloesem; breng op elke arm drie kelken aan met een knop en bloemblaadjes, telkens op dezelfde manier…’ In hoofdstuk 37: 17-24 vinden we een herhaling van de uitgebreide beschrijving, als het werk wordt uitgevoerd. De menora moest geplaatst worden in dat deel van de tent en later van de tempel, dat ‘het Heilige’ heette. De zeven olielampen moesten altijd branden. Aan de wand er tegenover stond de gouden tafel met toonbroden. En dan was er ook nog het gouden reukwerkaltaar. Een heel symbolen-complex. Nu wordt in de Bijbel nergens uitgelegd waarom de kandelaar zeven armen moest hebben. Ook niet waarom de lampen altijd moesten branden. De symbolen zijn er neergezet. Het staat aan ons de symboliek te vinden. De Joden zien de luchter als ‘een tot hoogste bloei zich ontplooiende lichtboom. Het licht, dat hoog opbloeit tot God en waarheen alle licht streeft om erin op te gaan, om één ermee te worden. Deze luchter spreidt zijn licht in het Heilige en bestraalt, over het altaar heen, het brood.’*
We denken aan het getal zeven als het getal van de volheid en aan de zeven dagen die een week telt. En dat het amandelbloesem moest zijn, zal ook niet zonder reden zijn. De amandelboom is al vroeg in het jaar aan het bloeien; in januari begint het uitbotten, in februari zie je al bloemen: een prachtig gezicht in een tijd dat er nog sneeuw kan vallen. Jeremia (1:11) zag eens een amandeltwijg en moest hieruit opmaken, dat God wakker is over zijn Woord. Inderdaad: de amandelboom schijnt niet te slapen. De staf van Aäron had in één nacht bloemen (Numeri 17:8). Het was dan ook een amandeltwijg.
In de loop van de tijd werd de menora het symbool van het Jodendom. Tegenwoordig vind je er één in bijna iedere sjoel
(synagoge). Na de oprichting van de moderne staat Israël werd de menora het officiële symbool van het land.

*) Joodse riten en symbolen, rabbijn S. Ph. De Vries Mz, pg. 107

De chanoekia
menorah2Deze menora is wel te onderscheiden van de chanoekia. Die kandelaar telt negen armen: acht armen voor de acht dagen van het Chanoekafeest en een negende arm, de sjammasj, die gebruikt wordt om de andere lichtjes aan te steken. Voor deze kandelaar gebruikt men behalve olie ook wel kaarsen. Het hoeft niet persee één lamp of kandelaar met acht lichtpunten te zijn. Het mogen ook best acht afzonderlijke lampen zijn. Wel herinnert het Chanoekafeest aan het feit dat de zevenarmige kandelaar in de tempel bleef branden op één kruikje olie de volle acht dagen voor de herinwijding van de tweede tempel (in de tijd van de Makkabeeën). Geen wonder, dat er chanoeka-lichten kwamen in de vorm van die bijbelse kandelaar. Deze chanoekia-kandelaar kom je vandaag in vele huizen tegen, maar herinnert dus aan de overwinning van de Maccabeeërs.

Een menora in onze kerk

menora_1Hoe komt hij daar?
Vanaf juni 2006 staat er in het koor van onze kerk een kandelaar die onherroepelijk doet denken aan de menora, oftewel zevenarmige kandelaar uit de bijbel. Hoe komt die daar?
Dat is min of meer toevallig. De kunstenaar, ons gemeentelid Frans Kokshoorn, had mij gevraagd of de kandelaar tijdelijk in de kerk zou kunnen staan. Hij had er eigenlijk niet de ruimte voor, terwijl hij van een expositie terug zou komen. Ik vond dat eigenlijk wel prima en de kerkrentmeesters hadden er ook geen moeite mee. Daarom adviseerde ik hem de kandelaar helemaal aan het eind in het koor te plaatsen.

Aldus geschiedde. Dat moet in juni van 2006 zijn geweest. Maar toen hij er eenmaal stond, leek het wel of hij er hoorde.
De algemene teneur van de reacties op het kunstwerk waren, dat hij er zou moeten blijven staan.

Gelukkig kwam er niet snel een koper en werd het mogelijk de kandelaar voor de kerk te behouden, al moeten daar dan wel de gelden voor worden verzameld. Het aanschrijven van fondsen heeft een aanzienlijk deel van het nodige bedrag opgeleverd. Inmiddels is het restant vanuit giften ontvangen via de pelikaan actieviteiten en is de menora eigendom van de Oude Kerk.

Wat voegt het toe?
Waarom zouden we deze kandelaar voor de kerk willen behouden? Wat voegt hij toe?
Om te beginnen: het is wel een vrije interpretatie van de bijbelse menora. Inderdaad, hij heeft zeven armen en er zijn ook amandeltwijgen met bloesem om de armen. Maar de lampen branden niet op één horizontale lijn, en de wortels van de amandeltwijgen zijn zichtbaar aan de voet. Het zijn geen olielampen, maar kaarsen die branden.
Toch is de kandelaar duidelijk een verwijzing naar de bijbelse menora, die altijd brandde, en daarmee voor mij ook een verwijzing naar de aanwezigheid van God, die te midden van zijn volk wil wonen.
Tegelijk is het een verwijzing naar onze verbondenheid met Gods volk Israël, van wie wij de bijbelboeken uit het aloude testament overgeleverd hebben gekregen en met wie wij
samen de komst van het koninkrijk van God verwachten. De kerk is niet los van Israël te denken.
Als men mij vraagt: ‘Wat voegt het toe?’, dan is het – bij al het andere wat te noemen zou zijn, zoals de esthetische kant en de sfeer die het oproept in de ruimte - de symboolwaarde.

A. Sterrenburg