home
Oude Kerk Voorburg
Oude Kerk Voorburg 1
  • Zo 26 Feb - 10:00 - ds. A. Sterrenburg >>>
aankondiging
Protestantse Gemeente Voorburg
Home Wijkgemeente De Kerk op scherp van de snede
De kerk op scherp van de snede Print

een impressie van mijn studieverlof (deel 1)

De maanden februari, mei en oktober van dit jaar nam ik mijn studieverlof op. De eerste maand wijdde ik aan de bestudering van het proefschrift ‘Marginal communities', de tweede aan studies over de liturgie en de derde aan een onderzoek over de presentie van de kerk in stadswijken. Hier volgt een impressie van de eerste maand.

Dezer dagen wordt het weer gezegd: kan iemand als de Zeeuwse predikant Hendrikse wel binnen de kerk blijven werken, als hij schrijft, dat Jezus niet uniek is? En dat, nadat hij al geschreven heeft, dat hij atheïst is, en dat God niet bestaat, maar gebeurt. Wanneer is een christen nog een ware christen? Wanneer is de kerk nog een ware kerk? Bij Hendrikse is dat een vraag naar zijn leer. Is dat geen valse leer? Mensen die dat voluit beamen, vinden, dat zo'n predikant uit de kerk moet worden gezet. Er is immers sprake van een niet meer blijven bij de belijdenis, de confessie van de kerk der eeuwen.  De klassieke term die in zulke gevallen gebezigd wordt is: ‘Status confessionis'. Een term om aan te duiden, dat de belijdenis of een onderdeel daarvan in het geding is en de geloofwaardigheid van kerk en gelovige op het spel staat.

Tijdens mijn studieverlof stuitte ik ook op die klassieke term, maar dan niet toegepast op zaken betreffende de leer en ook niet op een individu. De moderne toepassingen van de term hebben hun context in sociaal-politieke en ethische vragen. En het gaat daarbij om de stellingname van een hele geloofsgemeenschap, bijvoorbeeld de Luthers Evangelische Kerk in Duitsland, een blanke kerk in Z-Afrika, een institutionele kerk naast een basisgemeenschap in hun onderlinge verhouding.

Omdat ik mij als centrale vraag stelde: ‘Hoe kan de kerk present zijn en hoe dient de kerk present te zijn in de samenleving?' kwam het mij goed uit, dat Martin Walton, een Amerikaan met wie ik in Leiden in de collegebanken zat, een proefschrift had geschreven, getiteld ‘Marginal communities'. In die studie laat hij aan de hand van voorbeelden uit de recente kerkgeschiedenis zien, waar de kerk fundamenteel in haar wezen werd aangetast en hoe het begrip ‘status confessionis' gehanteerd werd om de ernst hiervan aan te geven. Dat met de beziging van deze term alle seinen op rood werden gezet! Dat er alarm werd geslagen! Nu kwam het erop aan, dat men ook erkende, dat de identiteit en de integriteit van de kerk werd ondermijnd. Dat de kerk zou ophouden kerk te zijn, als er geen halt zou worden toegeroepen, of geen weg terug zou worden ingeslagen.

De Ariërverklaring

bij_arierverklaringIk geef u enkele voorbeelden. In de dertiger jaren van de vorige eeuw wint in Duitsland het nationaal-socialisme terrein. De politieke gebeurtenissen werden snel binnen-kerkelijke aangelegenheden. De zogenaamde ‘Duitse Christenen' eisten van de DEK (Deutsche Evangelische Kirche) de Ariër-paragraaf in te voeren. Ook wilde men een nationale kerk met een nationale bisschop. De ‘Duitse Christenen' wisten in juli 1933 de meerderheidspositie te veroveren in de kerken en de ariërparagraaf was daarmee in feite in de kerken geïntroduceerd. Kon men dit zomaar laten gebeuren? Nee, zeiden een aantal moedige theologen.

De predikant Martin Niemöller publiceerde op 2 november 1933 zijn "stellingen bij de Ariër-kwestie in de kerk" waarin hij schreef:

Onder deze omstandigheden waarin een kerkelijke wet  niet-Ariërs of niet volbloed Ariërs, voorzover zij behoren tot het Joodse volk, uitsluit van kerkelijke functies, gaat dat in tegen de belijdenis, omdat het fundamenteel de gemeenschap der heiligen ontkent zoals beleden ...; want juist met betrekking tot de bekeerde Joden moet blijken,  of het de kerk van Jezus Christus  ernst is ten aanzien van de gemeenschap die reikt boven natuurlijke verbanden.

"Sätze zur Arierfrage in der Kirche", in W. Niemöller, Kampf und Zeugnis der Bekennende Kirche, p. 71.

Door het zo te stellen, stelde deze predikant de ‘Status Confessionis'. Kan je jezelf nog met goed recht een ware kerk noemen als je op grond van ras mensen uitsluit?, zo was de vraag.   

In augustus 1933 schrijven Dietrich Bonhoeffer en Franz Hildebrandt een pamflet met als titel: "De Ariër Paragraaf in the Kerk."   Hun positie was helder:

"De uitsluiting van Joodse Christenen van de kerkgemeenschap verwoest het wezen van de kerk van Christus" omdat de verzoening tussen Jood en heiden (Efeziërs 2) ongedaan is gemaakt en een nieuwe wet is ingesteld als voorwaarde van lidmaatschap. "De kerk zal niet langer kerk zijn". Het moge duidelijk zijn "dat het wezen van de kerk en van haar dienst, de belijdenis, wordt ondergraven/ aangevallen.

(D. Bonhoeffer, Gesammelte Schriften II , pp 67, p. 68)

De Apartheid

Een tweede voorbeeld is dat van de Apartheid in Zuid-Afrika.

de_kerkWat is dat voor een kerk, die aarzelt om een zwart kind te dopen. Die in theorie wel het Heilig Avondmaal met je wil vieren, maar in de praktijk niet met je aan één tafel wil zitten. Die de gescheiden ontwikkeling tussen blank en zwart zelfs theologisch tracht te legitimeren?

De blanke kerken kregen dan ook hevige kritiek. Zo gaf de Zuid-Afrikaanse Raad van Kerken (SACC) in 1968 "A Message to the People of South Africa.", waarin o.a het volgende  te lezen staat:

"Als we het christendom willen verzoenen met de zogenoemde ‘Zuidafrikaanse way of life'(of welke andere ‘way of life' ook), dan zullen we ontdekken , dat we hebben toegestaan dat een afgod de plaats van Christus heeft ingenomen. Daar waar de kerk zo haar gehoorzaamheid aan Christus verzaakt, houdt zij op kerk van Christus te zijn; zij verbreekt de verbinding tussen haarzelf en het Koninkrijk van God. We belijden daarom , dat we de verplichting hebben te leven overeenkomstig het christelijk verstaan van de mens en de gemeenschap, ook al gaat dat in tegen de gebruiken en wetten van dit land."

Specifieke uitdagingen aan het adres van de kerk

zwaardenZo vroegen de ontwikkelingen in het Duitsland van de jaren dertig een antwoord van de kerk op de veranderingen die dat binnen de kerk zelf veroorzaakte. En zo vroeg het Apartheidssysteem in Zuid-Afrika een antwoord van de Wereldkerk, toen de blanke kerken dat legitimeerden En zo vroeg de ontwikkeling van massavernietigingswapens een antwoord van de kerken, die leden hadden die in het leger dienden en werden geacht mee te doen in het kader van de politiek van afschrikking met zulke wapens. En zo vroeg de schrijnende uitbuiting van de armen een antwoord van de kerk in bijv. met name Latijns Amerika, waar zowel arm als rijk deel van uitmaakten. En zo vroeg de duidelijke achterstelling van de vrouw in bepaalde kerken -  onder de aandacht gebracht door de feministische beweging - een antwoord van de kerk, want in Christus is toch Jood noch Griek, slaaf noch vrije, man noch vrouw; allen zijn immers één in Christus (Gal 3:28).  

Ik noem hierboven de thema's waar ik me uitvoerig in heb mogen verdiepen en mogen nagaan hoe de kerk(en) met deze vraagstukken omgingen. Vaak was er aanvankelijk geen consensus en speelden er politieke en economische belangen die in de weg zaten. 

De kerken hebben - vaak in gezamenlijkheid binnen de Wereldraad van Kerken bijvoorbeeld - geworsteld met de problemen op wereldschaal. Zo vroeg men zich ten aanzien van de wereldeconomie die tot uitbuiting leidde, af:

 Wat is de verantwoordelijkheid van de kerken? Zij kan haar medeplichtigheid belijden zo concreet als mogelijk. Zij kan alternatieven steunen en rechtvaardigheid nastreven. Zij kan de geest, logica en praktijk van de vrije markt verwerpen. Moet zij ook stellen, dat de uitdaging van de wereldeconomische orde vraagt om de erkenning van de status confessionis? 

Welke betekenis zou dat hebben in zo'n groot instituut? Of moet het belijden geworteld zijn in plaatselijke gemeenschappen waar het concreet tot commitment (daadwerkelijke, verplichtende betrokkenheid) en leerlingschap leiden kan, zoals L.A. Hoedemaker heeft geopperd?

(Het schema van de wereld en het belijden van de kerk, L. A. Hoedemaker, p. 350.)

De gedachten van theologen als Stanley Hauerwas (de kerk als maatschappelijke ethiek); Enrique Dussel (Oog in oog met de armen); Leonardo Boff  (Ecclesiogenesis, basisgemeenschappen) en Elisabeth Schüssler Fiorenza  (ekklesia van vrouwen) kwamen voorbij.

Wat viel mij in dat alles op en wat vond ik van belang om vast te houden?

Wat mij opviel

a)  dat juist bij het gebruik van de sacramenten duidelijk werd hoe trouw een kerkgemeenschap was aan haar eigen belijdenis. Hoe de artikelen uit het Apostolicum over de katholiciteit (Ik geloof een algemene (=katholieke) christelijke kerk) en de eenheid (de gemeenschap der heiligen) wel of niet in praktijk werden gebracht in haar liturgie. Ik noemde al de aarzeling die optrad toen de doop werd gevraagd voor een zwart kind in een blanke kerk. Maar ook: Hoe kan een kerk, die Joodse christenen weert, oprecht de Maaltijd van de Heer vieren?    

De sacramenten vieren is dus allesbehalve een vrijblijvende zaak. Daarbij gaat het dus niet puur om ons persoonlijk geloof, maar niet minder ook om hoe open en liefdevol we zijn als gemeenschap naar elkaar toe en naar buiten toe. Gaan we werkelijk uit van de gelijkwaardigheid van alle mensen? De sacramenten, de artikelen van de geloofsbelijdenis, ze blijken een enorm kritische lading te hebben. Hoe meer je je dat bewust wordt, des te meer vraag je je af in hoeverre we die kritiek wel kunnen doorstaan als kerk. Dat raakt aan het volgende, dat me opviel: 

b) de nadruk die steeds gelegd werd op, dat van de kerk verwacht mag worden, dat ze zich onderscheidt van de wereld. Een theoloog als Hauerwas gaat daar heel ver in. De kerk zou al iets moeten weerspiegelen van het Koninkrijk van God. Exemplarisch voor hoe de hele mensheid zal mogen worden. Dan kan het niet anders of de kerk moet een contrast-gemeenschap zijn. Hoe pretentieus klinkt dat! Wat is waar in wat hij zegt?

c) De keuze van God in Christus voor juist de gemarginaliseerden zou zijn weerslag moeten vinden in hoe de kerk opkomt voor hen en aandacht geeft aan hen. Een kerk die zich niet bekommert om haar omgeving, dan wel de nooddruftigen binnen de eigen gemeenschap, verzaakt haar roeping.

d) dat de kerk de kairos (de tijd waarop gehandeld moet worden, ‘de ure') moet verstaan om de overheid aan te spreken op wat van die overheid verwacht mag worden. Dat de kerk dus haar profetische taak niet mag verwaarlozen, wil ze trouw blijven aan haar identiteit.

Wat het met me deed

oikoumeneAls iets bij mij binnengekomen is uit al het gelezene, dan wel dat de kerk zich niet louter en alleen moet bezig houden met de leer, maar minstens zoveel met het leven. Het was alsof ik weer college kreeg van wijlen Prof. F. O. van Gennip, mijn hoogleraar praktische theologie, die met ons maatschappelijke ontwikkelingen doorsprak. Hoe relevant vond hij die voor de kerk! De kerk mocht daarin niet afzijdig blijven, maar midden in de samenleving staan. Ik moet het eerlijk bekennen, dat het mijn eerste interesse niet had. De kerk was er toch om zich met geloofsoverdracht bezig te houden! Met het persoonlijke zieleheil. Met dogmatische meer dan met samenlevingsvragen. Deze studie heeft mij van het onevenwichtige van het veelal focussen op het persoonlijke geloofsleven overtuigd. Ook van de waarde van oecumenische verbanden zoals de Wereldraad van Kerken voor het elkaar bij de les houden en met elkaar vinden van antwoorden op mondiale ontwikkelingen.